Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 140 'Wachet auf, ruft uns die Stimme'


Petruskerk, 11 december 2016

1. Koor 

Wachet auf, ruft uns die Stimme
Der Wächter sehr hoch auf der Zinne,
Wach auf, du Stadt Jerusalem!
Mitternacht heißt diese Stunde;
Sie rufen uns mit hellem Munde:
Wo seid ihr klugen Jungfrauen?
Wohl auf, der Bräutgam kömmt;
Steht auf, die Lampen nehmt! Alleluja!
Macht euch bereit
Zu der Hochzeit,
Ihr müsset ihm entgegen gehn!

2. Recitatief (tenor) 

Er kommt, er kommt,
Der Bräutgam kommt!
Ihr Töchter Zions, kommt heraus,
Sein Ausgang eilet aus der Höhe
In euer Mutter Haus.
Der Bräutgam kommt, der einem Rehe
Und jungen Hirsche gleich
Auf denen Hügeln springt
Und euch das Mahl der Hochzeit bringt.
Wacht auf, ermuntert euch!
Den Bräutgam zu empfangen!
Dort, sehet, kommt er hergegangen.

3. Aria (duet sopraan en bas) 

ziel
Wenn kömmst du, mein Heil?
Jezus
Ich komme, dein Teil.
ziel
Ich warte mit brennendem Öle.
ziel, Jezus
Eröffne / Ich öffne den Saal
Zum himmlischen Mahl
ziel
Komm, Jesu!
Jezus
Komm, liebliche Seele!

4. Koraal (tenor)

Zion hört die Wächter singen,
Das Herz tut ihr vor Freuden springen,
Sie wachet und steht eilend auf.
Ihr Freund kommt vom Himmel prächtig,
Von Gnaden stark, von Wahrheit mächtig,
Ihr Licht wird hell, ihr Stern geht auf.
Nun komm, du werte Kron,
Herr Jesu, Gottes Sohn!
Hosianna!
Wir folgen all
Zum Freudensaal
Und halten mit das Abendmahl.

5. Recitatief (bas) 

So geh herein zu mir,
Du mir erwählte Braut!
Ich habe mich mit dir
Von Ewigkeit vertraut.
Dich will ich auf mein Herz,
Auf meinem Arm gleich wie ein Siegel setzen
Und dein betrübtes Aug ergötzen.
Vergiß, o Seele, nun
Die Angst, den Schmerz,
Den du erdulden müssen;
Auf meiner Linken sollst du ruhn,
Und meine Rechte soll dich küssen.

6. Aria (duet sopraan en bas) 

ziel
Mein Freund ist mein,
Jezus
Und ich bin dein,
ziel, Jezus
Die Liebe soll nichts scheiden.
Ich will / du sollst mit dir / mir in Himmels Rosen weiden,
Da Freude die Fülle, da Wonne wird sein.

7. Koraal 

Gloria sei dir gesungen
Mit Menschen- und englischen Zungen,
Mit Harfen und mit Zimbeln schon.
Von zwölf Perlen sind die Pforten,
An deiner Stadt; wir sind Konsorten
Der Engel hoch um deinen Thron.
Kein Aug hat je gespürt,
Kein Ohr hat je gehört
Solche Freude.
Des sind wir froh,
Io, io!
Ewig in dulci jubilo.

Geloof, christelijk geloof, wordt door velen als achterlijk weggezet. Niet meer van deze tijd. Het sluit totaal niet aan bij onze behoeftes. Logisch zie je dan ook dat de kerken ineenschrompelen. Volgens sommigen blijft van dat hele christendom niets over.

Wat in kerk en christendom beweerd wordt, de angstige moraal die er gepreekt wordt, de bizarre opvattingen over mens en wereld, logisch dat je daar als weldenkend mens je schouders over ophaalt.

Goed, met Kerstmis geven sommigen van ons toe aan enige nostalgische zwakte. De kerstnachtdienst in de Stevenskerk bijvoorbeeld is voor velen, in toenemende mate zelfs, een noodzakelijk kerstingrediënt. Maar na de kerstdagen zetten we onze toch wel wat gênante tijdelijke religieuze oprispingen weer heel snel aan de straat.


Vervelend voor ons. verlichte mensen, is echter de cantate van vanavond. Want die confronteert ons met een kant van het christelijk geloof waar we liever niet van zouden willen weten. Geloof als liefde? We prikken zo door de dwaze buitenkant van de kerkelijke tradities heen. Door de gammele kerkelijke constructies. Maar wat moeten we in godsnaam met deze vlammende liefde. Met deze vurige binnenkant? Met deze verborgen vitale stroom, die in de cantate van vanavond opeens voluit bovengronds komt?


Je moet er toch niet aan denken dat er behalve dat formele krakkemikkige christendom nog iets zou bestaan dat door alle eeuwen heen sprankelt en opvlamt en ons moeiteloos overleeft? Omdat het zich niet laat doven? Dat spannender is dan een erotische film. Waar de liefde van afspat, — en dat niet alleen maar als je twintig of dertig bent maar ook nog op hoge leeftijd? Dus niks achterhaald, maar blijvend heftig, om nog steeds totaal van buiten adem te raken?


Bach’s cantate is schatplichtig aan een geheimzinnige beweging door de tijd heen: de beweging van de mystiek. In die beweging gaat het niet zozeer om de religieuze leer, maar om de pietas, om eerbiedige onvoorwaardelijke  liefde, om het geloof als Minne. Die Minne, de religieuze liefde, is een oerlaag van het christendom. Wie zich er straks in de kerstvakantie in zou willen verdiepen, leze de middeleeuwse moeders van de Nederlandse literatuur: Hadewijch en Beatrijs van Nazareth. Pas op, de vlammen gaan bij u uitslaan. U gaat het warm krijgen.


De cantate van vanavond is een ode aan die onstuitbare religieuze liefde. Liefde die niet kapot te krijgen is. En voor alle leeftijden. Alsof we na alles wat we al aan avonturen hebben meegemaakt nu pas voor het eerst echt onze liefste tegemoet gaan.


Henk Gols ©