Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 161, ‘Komm, du süße Todesstunde’

Petruskerk ,
13 september 2015

1. Aria (alt) 

Komm, du süße Todesstunde,
Da mein Geist
Honig speist
Aus des Löwens Munde;
Mache meinen Abschied süße,
Säume nicht,
Letztes Licht,
Dass ich meinen Heiland küsse.

2. Recitatief (tenor) 

Welt! deine Lust ist Last,
Dein Zucker ist mir als ein Gift verhasst,
Dein Freudenlicht
Ist mein Komete,
Und wo man deine Rosen bricht,
Sind Dornen ohne Zahl
Zu meiner Seele Qual!
Der blasse Tod ist meine Morgenröte,
Mit solcher geht mir auf die Sonne
Der Herrlichkeit und Himmelswonne. 
Drum seufz ich recht von Herzensgrunde 
Nur nach der letzten Todesstunde!
Ich habe Lust, bei Christo bald zu weiden, 
Ich habe Lust, von dieser Welt zu scheiden.

3. Aria (tenor) 

Mein Verlangen
Ist, den Heiland zu umfangen
Und bei Christo bald zu sein.
   Ob ich sterblich' Asch und Erde
   Durch den Tod zermalmet werde,
   Wird der Seele reiner Schein
   Dennoch gleich den Engeln prangen.

4. Recitatieft (alt) 

Der Schluss ist schon gemacht:
Welt, gute Nacht!
Und kann ich nur den Trost erwerben,
In Jesu Armen bald zu sterben:
Er ist mein sanfter Schlaf!
Das kühle Grab wird mich mit Rosen decken,
Bis Jesus mich wird auferwecken,
Bis er sein Schaf
Führt auf die süße Himmelsweide,
Dass mich der Tod von ihm nicht scheide!
So brich herein, du froher Todestag!So schlage doch, du letzter Stundenschlag!

5. Koor 

Wenn es meines Gottes Wille,
Wünsch ich, dass des Leibes Last
Heute noch die Erde fülle,
Und der Geist, des Leibes Gast,
Mit Unsterblichkeit sich kleide
In der süßen Himmelsfreude.
Jesu, komm und nimm mich fort!
Dieses sei mein letztes Wort.

6. Slotkoraal 

Der Leib zwar in der Erden
Von Würmen wird verzehrt,
Doch auferweckt soll werden,
Durch Christum schön verklärt,
Wird leuchten als die Sonne
Und leben ohne Not
In himml'scher Freud und Wonne.
Was schadt mir denn der Tod?

Doodsverlangen bij Bach? Bij hem die zozeer van het leven wist te genieten? Want vrolijkheid klinkt op uit onder andere zijn wereldse cantates, die vol zijn van het plezier om het bijzondere van het gewone, van het genot van het vriendschappelijk samenzijn bijvoorbeeld.


‘Dans, mijn liefje, dans. En let niet op
toekijkers en schuifelaars. Vandaag
is zelfs God lekker losjes in de heupen.’ 
1


Zo zingt het in het laatste gedicht uit de laatste dichtbundel van schrijver-dichter-essayist Joost Zwagerman, die afgelopen dinsdag2 een eind maakte aan zijn leven.

‘Dans, mijn liefje, dans’ — want wij willen leven, dansend zouden wij licht willen leven.

Toch is dit leven blijkbaar bepaald niet alles. Bach zou niets begrijpen van onze hedendaagse neigingen om het leven te beperken tot de luttele tijd van het aardse bestaan — met weliswaar momenten van vrolijkheid en zelfs geluk, maar ook: vergiftiging, onheil, verwonding, afgang, einde verhaal.


Dood ligt de sterke leeuw in de openingsaria. Het is de leeuw uit het bijbelse verhaal over Simson3, de heilige levensgenieter, van wie het leven eindigt in een theatrale zelfgekozen dood.

De dood is voor menigeen een groot taboe. Bach echter gaat de confrontatie aan: in zijn cantate opent hij de kaken van de dood en peurt er honing uit. Het leven kan vandaag geleefd worden omdat er een morgen is: Bach relativeert het aardse bestaan, brengt het in relatie met wat nog niet is maar vast wel komt. Het leven hier en nu krijgt een schitterend kader.

Anders gezegd, in opnieuw dichtregels van Joost Zwagerman, die in de rouwadvertentie opgesteld door de Arbeiderspers werden geciteerd:


‘En ik tenslotte aan die kustlijn geduldig wachtend
tot de Vangoghse zon zich onverhoeds
laat inlijsten (…)’ 
4


Tot op de dag van vandaag is het laatste, dat je voor je ogen ziet verdwijnen, wel zo intrigerend dat je het zou willen inlijsten. Wat is dat toch, dat iets in ons weigert een punt te zetten, spannende witte vlekken ziet en blijft verlangen?

‘Komm, du süße Todesstunde’ — een cantate tegen de ultieme angst en het laatste uitdoven in. Recalcitrant en gelovig (dat is wezenlijk hetzelfde) wordt de versperring van de laatste grens geopend. Verrassend bewegen de laatste noten zich naar een blijmoedig majeur.


Henk Gols


1 Joost Zwagerman, nr. 16 uit de cyclus ‘Voor en na het meesterwerk’, in de bundel Voor alles, 2014.

2 8 september 2015.

3 Richteren 13-16. De leeuw: in 14:5 en volgende.

4 Joost Zwagerman, nr. 9 uit de cyclus ‘Voor en na het meesterwerk’, in de bundel Voor alles, 2014.