Website Henk Gols

Cantate 172 ‘Erschallet, ihr Lieder, erklinget, ihr Saiten!’

Petruskerk, 8 juni 2014

1. Koor

Erschallet, ihr Lieder, erklinget, ihr Saiten!
O seligste Zeiten!
Gott will sich die Seelen zu Tempeln bereiten.

 2. Recitatief (bas)

Wer mich liebet, der wird mein Wort halten, und mein Vater wird ihn lieben, und wir werden zu ihm kommen und Wohnung bei ihm machen.

3. Aria (bas) 

Heiligste Dreieinigkeit,
Großer Gott der Ehren,
    Komm doch, in der Gnadenzeit
    Bei uns einzukehren,
    Komm doch in die Herzenshütten,
    Sind sie gleich gering und klein,
    Komm und lass dich doch erbitten,
    Komm und ziehe bei uns ein!

4. Aria (tenor) 

O Seelenparadies,
Das Gottes Geist durchwehet,
    Der bei der Schöpfung blies,
    Der Geist, der nie vergehet;
    Auf, auf, bereite dich,
    Der Tröster nahet sich.

 5. Aria:
duet sopraan (ziel) & alt (heilige Geest)

Sopraan
Komm, lass mich nicht länger warten,
Komm, du sanfter Himmelswind,
Wehe durch den Herzensgarten!

Alt
Ich erquicke dich, mein Kind.

Sopraan
Liebste Liebe, die so süße,
Aller Wollust Überfluss,
Ich vergeh, wenn ich dich misse.

Alt
Nimm von mir den Gnadenkuss.

Sopraan
Sei im Glauben mir willkommen,
Höchste Liebe, komm herein!
Du hast mir das Herz genommen.

Alt
Ich bin dein, und du bist mein!

 6. Koraal

Von Gott kömmt mir ein Freudenschein,
Wenn du mit deinen Äugelein
Mich freundlich tust anblicken.
O Herr Jesu, mein trautes Gut,
Dein Wort, dein Geist, dein Leib und Blut
Mich innerlich erquicken.
Nimm mich freundlich
In dein Arme, dass ich warme werd von Gnaden:
Auf dein Wort komm ich geladen.

Een verliefde feestelijke pinkstercantate.

De thematiek van Pinksteren is weliswaar niet zo grijpbaar, maar mogelijk kunnen we ons er bij nader inzien wel iets bij voorstellen. De Geest wordt vaardig. Het woord geest is in de bijbelse talen hetzelfde als adem, wind. Op Pinksteren ademt het, er zit iets in de lucht, het beweegt, het vlamt en stroomt, er is de flow. Op Pinksteren wordt gevierd dat het leven en de liefde meer is dan wij zelf kunnen organiseren. Op Pinksteren gebeurt het en wij láten het gebeuren.

Je hóópt dat het gebeurt: in de cantate hoor je in de aria van de bas en het duet van sopraan en alt zingen: kom, kom toch, kom binnen, laat mij niet wachten! Veni creator spiritus!

Maar van de andere zijde blijkt er allang een wens om te komen. Het komt naar ons toe en wil bij ons wonen. Maak je maar klaar, zingt de tenor in zijn aria, het troostende is vlakbij.

Het duet van sopraan en alt en het slotkoraal zijn liefdevolle omarmingen. Ik roep: kom — maar jij bent allang bezig te komen en zegt me allemaal lieve dingen: dat je mij verkwikt, dat je me zomaar kust; jij zegt: ik ben van jou en jij bent van mij! Jij komt (eerste regel van het slotkoraal) en daarom kom ik ook (laatste regel).

In deze cantate proeft u prachtige christelijke mystiek, zowel in de tekst als in de verklanking ervan. In de mystiek gaat het diep, gaat het om de ziel, om het meest intieme van onszelf. Het wordt in de cantate voorgesteld als een woning, de hut van ons hart, als een innerlijke tempel. Of als een tuin: de ziel als paradijs, waar de Geest doorheen waait.

Het duet van sopraan en alt is misschien wel de meest innige aria die Bach ooit schreef.

Pinksteren, nabijer kan het niet, we raken de kern van het leven en de liefde, de innerlijke grond. Het ongrijpbare en onvoorstelbare geheim dat wereldwijd wel god heet, en in de christelijke traditie mysterieus Vader, Zoon en heilige Geest wordt genoemd, komt als een liefste feestelijke en troostend op ons toe.


Henk Gols