Cantate 95 ‘Christus, der ist mein Leben’

Deze cantate is een enorme ketterij. De protestantse Reformatie zei de Bijbel centraal te stellen; bijgeloof en wat verder de schriftuurlijke waarheid overwoekerde, werden nogal rigoureus weggekapt. Maar de teksten die u vanavond te horen krijgt, vormen een onkruid dat in de bijbelse tuinen niet wordt aangetroffen. Deze ontkenning van het leven-hier-en-nu is een belediging van de Schepper en een zonde tegen de Geest die juist de aarde levenwekkend wil vervullen.

Nee zo gemakkelijk en snel mag je niet wég willen. Kom Johann Sebastian, dat kun je toch niet maken, dat je je schitterende muziek leent voor de ontkenning van het leven op deze enige aarde die ons gegeven is! Wil je echt dat we via jouw muziek ontsnappen? Pretendeer je soms dat jouw muziek niet van hier en nu is, maar toebehoort het een eeuwigheid voorbij onze sterfelijkheid? Dan is het luisteren naar jouw muziek al verdacht, namelijk het begin van onze wereldvlucht. Dan is jouw muziek een opiaat, een drug.

Het is toch ongepast dat je het vaarwel aan het leven zo subliem toonzet, dat je daarin zoveel vreugde en stille vrede legt, dat je via het tikken van het uurwerk van de klok het verlangen wekt naar eindelijk de laatste slag. En dat je in het slotkoraal via de eerste viool onze ziel laat ontstijgen, onafhankelijk en hoog, zonder lijf dat mee mag doen.


Ja je vraagt je af wat mensen in die tijd heeft bezield. Was het dan zo triest om mens te zijn, vanwege de oorlogen en het vroege sterven aan ziekten die rondspookten? Zag Bach in zijn eigen bestaan geen vreugde meer, na de begrafenis van zijn zoveelste kind? Onbegrijpelijk, dat doodsverlangen dat klinkt in de teksten waarop Bach toch vol overgave zijn prachtige muziek maakte.


Wat is de bedoeling van een kunstwerk? De betekenis van kunst valt niet per se samen met wat de maker ermee bedoelde. Het kunstwerk reist door de tijd en verbindt zich met andere eeuwen en omgevingen, met mensen in nieuwe situaties. Aan het kunstwerk ontspruit telkens nieuwe betekenis.

De cantate uit 1723 vult vanavond deze kerk, ze klinkt voor het eerst op deze plek in onze oren en komt tot een betekenis die uniek is. Hier en nu wordt de cantate plotseling een daad van verzet. De cantate, nu gehoord, wordt zomaar een feestelijk protest tegen onze neiging alles uit het hier en nu te willen halen en het geluk bij elkaar te shoppen en te graaien: een vrolijk nee tegen de hijgerigheid waarmee wij niets willen missen omdat er verder ook zogenaamd niets meer te verwachten is. Een bizar vaarwel aan onze doorgeslagen Diesseitigkeit. Tabee, terrassen langs Babels rivieren, tabee luxe, tabee ‘appels van Sodom’: alles wat er begeerlijk uitziet maar vervolgens absoluut nergens naar smaakt (2). Tabee — want het mooiste, het verrukkelijkste, het leven zelf, ligt volstrekt buiten onze mogelijkheden, het is iets waar we nog helemaal naar op weg zijn. Wil je je hier hier en nu zo comfortabel mogelijk nestelen? — onzin, want ‘in de hemel is het goed wonen’, zingt de sopraan tot onze verbijstering (3). Tegenover ons postmoderne hedonisme wordt de hemel onverwacht een kritisch begrip: het leven ontsluit zich pas als wij tegen onze grenzen aan lopen, ja als er zogenaamd niets meer te halen is, als wij de laatste grens passeren en ons lichaam in de schoot van de aarde ligt. Schaamteloos weerspreekt de cantate vanavond de idee van de maakbaarheid van het leven. Vrolijk relativeert ze de neiging alles nu al te willen, ze lacht de krampachtigheid weg waarmee we het geluk voor onszelf proberen te vangen. Als alles voorbij is, komt het nog. Niks — dat is pas alles. Doodgaan is dus misschien wel niet zo erg…


Wat een ketterij, in deze tijd! Ja, dit is echt kunst, confronterende kunst!


Henk Gols

© Henk Gols 2013