Website Henk Gols

Cantate 86 ‘Wahrlich, wahrlich, ich sage euch’

Petruskerk, 13 mei 2012

1. Arioso (bas)

'Wahrlich, wahrlich, ich sage euch, so ihr den Vater etwas bitten werdet in meinem Namen, so wird er's euch geben.'

2. Aria (alt)

Ich will doch wohl Rosen brechen,
Wenn mich gleich die Dornen stechen.
Denn ich bin der Zuversicht,
Dass mein Bitten und mein Flehen
Gott gewiss zu Herzen gehen,
weil es mir sein Wort verspricht.

3. Koraal (sopraan)

Und was der ewig gütig Gott
In seinem Wort versprochen hat,
Geschworn bei seinem Namen,
Das hält und gibt er gwiß fürwahr.
Der helf uns zu der Engel Schar
Durch Jesum Christum, amen.

4. Recitatief (tenor)

Gott macht es nicht gleichwie die Welt,
Die viel verspricht und wenig hält;
Denn was er zusagt, muss geschehen,
Dass man daran kann seine Lust und Freude sehen.

5. Aria (tenor)

Gott hilft gewiss;
Wird gleich die Hilfe aufgeschoben,
Wird sie doch drum nicht aufgehoben.
Denn Gottes Wort bezeiget dies:
Gott hilft gewiss!

6. Slotkoraal

Die Hoffnung wart' der rechten Zeit,
Was Gottes Wort zusaget,
Wenn das geschehen soll zur Freud,
Setzt Gott kein g'wisse Tage.
Er weiß wohl, wenn's am besten ist,
Und braucht an uns kein arge List;
Des solln wir ihm vertrauen.

‘Echt waar, ik zeg jullie, als je de Vader om iets zult bidden in mijn naam, dan zal hij het jullie geven.’
(Johannes 16:23)

Bidden en ontvangen. Dat is iets anders dan zomaar vragen en krijgen. De woorden over het bidden en ontvangen komen uit het evangelie van Johannes. Dat evangelie geeft toegang tot een dieptelaag, die ‘eeuwig leven’ heet en ook ‘liefde’ en ‘vreugde’. In de diepte is het er allemaal. Bidden is de oppervlakte verlaten en afdalen. Het is zoeken en ten diepste vinden.

Om te vinden moet je loslaten. Je eigen programma van eisen moet je loslaten, je eigen idee van wat het antwoord op je verlangen is en binnen welke termijn het antwoord gevonden zou moeten worden.

Deze cantate is aan het bidden en het ontvangen gewijd. Het is een cantate vol vreugde en vertrouwen. Want echt, echt waar: in de diepte ligt al klaar wat we zoeken, bij de ‘Vader’, bij ‘god’, wiens plezier en vreugde het is om het bidden in ons te beantwoorden.

In een christelijk idioom wordt een fundamenteel vertrouwen in het leven uitgedrukt. Bach vertaalt de woorden muzikaal en via de muziek begrijpen we dat de gedateerde tekst ook ons wil verlokken: alsof het echt, echt waar is dat het verlangen in ons niet doodloopt, maar beantwoord wordt.

Rustig en waardig opent de cantate met de woorden van Christus, die in een kunstige muzikale structuur ten gehore worden gebracht. Een motet, een fuga — in een stijl die al in Bachs tijd archaïsch moet hebben geklonken, verheven, onafhankelijk van de toevallige mode van de tijd.

Door de aria van de alt (2) wandelt rustig het vertrouwen: uiterst virtuoos is de vioolsolo, maar hoor hoe zeker de bas zich onder alle drukte voortbeweegt.

De melodie van het koraalvers in het midden van de cantate (3) ligt ingebed in de alsmaar stromende klanken van twee hobo’s (oboi d’ amore).

De aria van de tenor (5) stráált van zekerheid: ‘God helpt gewis!’

Het koraalvers op het eind heeft als veelzeggende laatste woord: ‘vertrouwen’.


Voor Bach is er meer dan de teleurstellende werkelijkheid. Zijn muziek geeft toegang tot ruimte, hoog en diep, vol betekenis. Alsof je eenzame leven is ingebed en de vreugde een fundamenteler gegeven is dan het verdriet, alsof wachten nooit vergeefs is en de roos ondanks de stekelige dorens de moeite van het plukken waard.


Henk Gols