Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 97 ‘In allem meinen Taten’

Petruskerk, 8 april 2012

1. Openingskoor 

In allem meinen Taten
Lass ich den Höchsten raten,
Der alles kann und hat;
Er muss zu allen Dingen,
Solls anders wohl gelingen,
Selbst geben Rat und Tat.

2. Aria (bas) 

Nichts ist es spät und frühe
Um alle sein Mühe,
Mein Sorgen ist umsonst.
Er mags mit meinen Sachen
Nach seinem Willen machen,
Ich stells in seine Gunst.

3. Recitatief (tenor) 

Es kann mir nichts geschehen,
Als was er hat ersehen,
Und was mir selig ist:
Ich nehm es, wie ers gibet;
Was ihm von mir beliebet,
Das hab ich auch erkiest.

4. Aria (tenor) 

Ich traue seiner Gnaden,
Die mich vor allem Schaden,
Vor allem Übel schützt.
Leb ich nach seinen Gesetzen,
So wird mich nichts verletzen,
Nichts fehlen, was mir nützt.

5. Recitatief (alt) 

Er wolle meiner Sünden
In Gnaden mich entbinden,
Durchstreichen meine Schuld!
Er wird auf mein Verbrechen
Nicht stracks das Urteil sprechen
Und haben noch Geduld.

6. Aria (alt) 

Leg ich mich späte nieder,
Erwache frühe wieder,
Lieg und ziehe fort,
In Schwachheit und in Banden,
Und was mir stößt zuhanden,
So tröstet mich sein Wort.

7. Aria (duet sopraan, bas)

Hat er es denn beschlossen,
So will ich unverdrossen
An mein Verhängnis gehn!
Kein Unfall unter allen
Soll mir zu harte fallen,
Ich will ihn überstehn.

8. Aria (sopraan) 

Ich hab mich ihm ergeben
Zu sterben und zu leben,
Sobald er mir gebeut.
Es sei heut oder morgen,
Dafür lass ich ihn sorgen;
Er weiß die rechte Zeit.

9. Slotkoraal 

So sein nun, Seele, deine
Und traue dem alleine,
Der ich erschaffen hat;
Es gehe, wie es gehe,
Dein Vater in der Höhe
Weiß allen Sachen Rat.

Uitgevoerd op Eerste Paasdag, 8 april 2012

Het is Pasen. Pasen is de verbastering van een Hebreeuws woord, dat ‘overspringen’ betekent. Daar valt van alles over te zeggen. Ik beperk me nu tot het sprongetje dat in dat woord zit. Het sprongetje betekent een verandering van positie. Net zat je nog aan deze kant van de lijn, nu aan de andere kant. Een subtiel verschil, een wereld van verschil. Het subtiele verschil van een multifocale bril: een minieme beweging van je hoofd maakt dat je nu wél ziet wat je zo-even nog niet scherp had.

Lees je de paasverhalen uit het evangelie, dan merk je dat er voortdurend sprongetjes worden gemaakt. De sprongetjes van niet zien naar plotseling wél zien, van niet begrijpen naar opeens wél begrijpen, van niet begrijpen naar gegrepen worden.

Er verschuift iets — en opeens lijkt alles anders. Je angst verandert in vertrouwen. Het donker wordt licht. Het bittere wordt zoet.


Dat gevoel voor het subtiele verschil hoort ook bij de spirituele traditie van Bach. Zijn passies bijvoorbeeld hebben een gelaagdheid waardoor het bittere niet alleen maar bitter is. In het bittere proef je ook het zoete. In het verdriet proef je ook de vreugde. In de dood proef je ook het leven. Bach drukt dat uit door de geijkte muzikale programma’s die horen bij verdriet of vreugde wonderlijk door elkaar te laten lopen.

Ook Paul Fleming behoorde tot deze zelfde spirituele traditie. Paul had geneeskunde gestudeerd en hij schreef gedichten: hij behoort tot de grote Duitse dichters van de 17e eeuw. Hij stierf toen hij 31 jaar oud was. Zijn dood was het gevolg van een jarenlange reis naar Moskou en Perzië — een reis vol ontberingen. Voordat hij vertrok schreef hij een lied van vijftien coupletten. Het lied begint en eindigt met de regel ‘Ik trek naar verre landen’. Te zingen op de melodie van het 15e eeuwse afscheidslied ‘Innsbruck, ich muß dich lassen’.  Negen coupletten van het lied van Paul Fleming zijn in kerkelijke liedboeken bewaard gebleven. Bach gebruikt de negen coupletten voor zijn koraalcantate ‘In allen meinen Taten’.

Het is late cantate van Bach, uit 1734 of 1735. Wat is de specifieke aanleiding voor deze cantate geweest? We weten het niet. Wellicht is het een van de serie latere cantates waarmee Bach de leemtes probeerde op te vullen van de koraalcantate-jaargang van tien jaar eerder (1724/25).

Alle solistische stemmen komen aan bod, van laag naar hoog. De cantate sluit af met alle stemmen samen in het slotkoor. Heel bijzonder is de aria van de tenor (4). Maarten ’t Hart schrijft erover: ‘Als het waar is […] dat de tenoraria met z’n vioolsolo representatief is voor de stijl van de vrijwel in zijn geheel weggeraakte laatste jaargang kerkcantates, dan word je echt doodongelukkig bij de gedachte dat die jaargang nagenoeg compleet verloren ging. Nou ja, deze ongelofelijke tenoraria bleef goddank bewaard. Het is bijna een vioolconcert.’


Een cantate vol vertrouwen. Opeens ben je niet bang meer. ‘Het is goed zoals het is. Ik verzet me niet meer. Ik hoef me geen zorgen te maken, er wordt voor me gezorgd. Ik hoef niet alles in de picture te hebben, er wordt naar mij gekeken, er wordt voorzien. Goedheid is om me heen. Wat er is misgegaan met mij wordt opgelost, ik word niet afgerekend op mijn fouten, nu niet en straks niet. Ik jakker door het leven heen: wat een drukte, laat naar bed, vroeg op, ik stoot me, raak gefrustreerd — maar kijk, daar is weer die goedheid, die mij troostend omgeeft. Aan die wonderlijke goedheid geef ik me over, ik kan zomaar alles aan, kan aanvaarden en loslaten. Het komt zoals het komt, het gaat zoals het gaat. Uiteindelijk is het alleen maar goed.’

Geen speciale paascantate vanavond, maar we maken wel het beslissende sprongetje van vertrouwen dat nu juist bij Pasen hoort.


Henk Gols