Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 74 'Wer mich liebet, der wird mein Wort halten'

Petruskerk, 12 juni 2011

1. Koor

'Wer mich liebet, der wird mein Wort halten, und mein Vater wird ihn lieben,  und wir werden zu ihm kommen und Wohnung bei ihm machen.'

2. Aria (sopraan)

Komm, komm, mein Herze steht dir offen,
Ach, lass es deine Wohnung sein!
Ich liebe dich, so muss ich hoffen:
Dein Wort trat itzo bei mir ein;
Denn wer dich sucht, fürcht', liebt und ehret,
Dem ist der Vater zugetan.
Ich zweifle nicht, ich bin erhöret,
Dass ich mich dein getrösten kann.

3. Recitatie (alt)

Die Wohnung ist bereit.
Du findst ein Herz, das dir allein ergeben,
Drum lass mich nicht erleben,
Dass du gedenkst, von mir zu gehn.
Das lass ich nimmermehr, ach, nimmermehr geschehen!

4. Aria (bas)

'Ich gehe hin und komme wieder zu euch. Hättet ihr mich lieb, so würdet ihr euch freuen.'

5. Aria (tenor)

Kommt, eilet, stimmet Sait und Lieder
In muntern und erfreuten Ton.
Geht er gleich weg, so kömmt er wieder,
Der hochgelobte Gottessohn.
Der Satan wird indes versuchen,
Den Deinigen gar sehr zu fluchen.
Er ist mir hinderlich,
So glaub ich, Herr, an dich.

6. Recitatief (bas)

'Es ist nichts Verdammliches an denen, die in Christo Jesu sind.'

7. Aria (alt) 

Nichts kann mich erretten
Von höllischen Ketten
Als, Jesu, dein Blut.
Dein Leiden, dein Sterben
Macht mich ja zum Erben:
Ich lache der Wut.

8. Koraal 

Kein Menschenkind hier auf der Erd
Ist dieser edlen Gabe wert,
Bei uns ist kein Verdienen;
Hier gilt gar nichts als Lieb und Gnad,
Die Christus uns verdienet hat
Mit Büßen und Versühnen.

Een pinkstercantate, die terecht met de liefde begint.

In de christelijke traditie vormt Pinksteren de afsluiting van het Paasfeest. Lijden en sterven van Christus worden expliciet genoemd in de laatste aria (7) van deze cantate. Dat lijden en sterven maakt het mij mogelijkmet vertrouwen te leven en ‘uit te lachen’ alles wat mij nog wil ontwrichten en ketenen — zo zingt het.

Pinksteren: nu komt Pasen bij mij binnen. Het verbindt zich met mijn leven, mijn hart is er de woning van. Mariane von Ziegler, dichteres uit Leipzig en schrijfster van de cantatetekst, benadrukt dat thema van het wonen en het verwante thema van het weggaan-en-komen. Maar met het thema van de liefde begint ze. Pinksteren is de intimiteit van de liefde. Pinksteren is niet flirten met God, het is echte liefde, die ik geef en ontvang. Geloven is niet geloven in iets, in ideeën, voorstellingen. Geloven is dat ik mij toevertrouw aan de liefde die gaat en die komt, die in mij woont.

Weggaan en komen: alt (recitatief, 3), bas (aria, 5) en tenor (aria, 6) zingen ervan. Het weggaan heeft in de muziek de neiging om op te stijgen, maar het komen om neer te dalen. Wie liefheeft, zou willen omklemmen, zou willen vasthouden, zou voor altijd bij zich willen houden. Maar liefde is juist dat je ruimte laat, dat je de ander niet verstikt, maar er vreugde aan beleeft dat hij gaat, dat zij gaat — om nieuw en anders en vervulder naar je terug te komen. Vreugde — in de aria van de bas (4) wordt het ‘euch freuen’ voorzien van lange melisma’s (meerdere noten op één lettergreep). Liefhebben is ruimte laten dat de ander gaat. Gedoeld wordt op passages uit het evangelie van Johannes (hoofdstukken 14 en 15) waarin de betekenis van het weggaan-en-terugkomen fijnzinnig wordt vertolkt. Jezus gaat weg, hij is niet vast te houden; láát hem en hij zal terugkomen en de intimiteit en de vreugde van de liefde zullen groter zijn dan tevoren.

Een feestelijke cantate, die uit maar liefst acht delen bestaat, met aria’s voor alle solisten: sopraan (2), bas (4), tenor (5) en alt (7). De cantate werd uitgevoerd op Pinksteren 1725. De eerste twee delen van de cantate zijn ingrijpende bewerkingen van een eerdere pinkstercantate (BWV 59, gecomponeerd in 1723 maar uitgevoerd op Pinksteren 1724). Het slotkoor is een strofe uit het pinksterkoraal ‘Gott Vater, sende deinen Geist’ van de lutherse predikant Paul Gerhardt (1607-1676). Eduard van Hengel merkt op dat de melodie is ontleend aan een voor-reformatorisch straatliedje. Typisch Pinksteren: alles wordt woning van de Allerhoogste. En Bach doet wat de Geest doet: hij verheft het, hij laat het bloeien.


Henk Gols