Website Henk Gols googleb22ff19820e4ba6e.html

Cantate 67 'Halt im Gedächtnis Jesum Christ'

Petruskerk, 11 april 2010

1. Koor

Halt im Gedächtnis Jesum Christ, der auferstanden ist von den Toten.

 

2. Aria tenor

Mein Jesus ist erstanden,

Allein, was schreckt mich noch?

Mein Glaube kennt des Heilands Sieg,

Doch fühlt mein Herze Streit und Krieg,

Mein Heil, erscheine doch!

 

3. Recitatief alt

Mein Jesu, heißest du des Todes Gift

Und eine Pestilenz der Hölle:

Ach, dass mich noch Gefahr und Schrecken trifft!

Du legtest selbst auf unsre Zungen

Ein Loblied, welches wir gesungen:

 

4. Koraal

Erschienen ist der herrlich Tag,

Dran sich niemand gnug freuen mag:

Christ, unser Herr, heut triumphiert,

All sein Feind er gefangen führt.

Alleluja!

 

5. Recitatief alt

Doch scheinet fast,

Dass mich der Feinde Rest,

Den ich zu groß und allzu schrecklich finde,

Nicht ruhig bleiben lässt.

Doch, wenn du mir den Sieg erworben hast,

So streite selbst mit mir, mit deinem Kinde.

Ja, ja, wir spüren schon im Glauben,

Dass du, o Friedefürst,

Dein Wort und Werk an uns erfüllen wirst.

 

6. Aria bas en koor

(bas)

Friede sei mit euch!

(sopraan, alt, tenor)

Wohl uns! Jesus hilft uns kämpfen

Und die Wut der Feinde dämpfen,

Hölle, Satan, weich!

(bas)

Friede sei mit euch!

(sopraan, alt, tenor)

Jesus holet uns zum Frieden

Und erquicket in uns Müden

Geist und Leib zugleich.

(bas)

Friede sei mit euch!

(sopraan, alt, tenor)

O Herr, hilf und lass gelingen,

Durch den Tod hindurchzudringen

In dein Ehrenreich!

(bas)

Friede sei mit euch!

 

7. Koraal

Du Friedefürst, Herr Jesu Christ,

Wahr' Mensch und wahrer Gott,

Ein starker Nothelfer du bist

Im Leben und im Tod:

Drum wir allein

Im Namen dein

Zu deinem Vater schreien.

In de christelijke traditie duurt de Paastijd zeven weken: zeven maal zeven dagen die worden afgesloten met een vijftigste dag, het Pinksterfeest. Deze periode is één groot leerproces. Hoe ga je om met opstanding? Met die andere werkelijkheid die zich via bijbel, kerk of Bach meldt in je bestaan? De wereld lijkt hetzelfde gebleven en jij bent die je bent, maar in teksten en muziek voor deze tijd is het of er ramen en deuren worden opengezet, of er een steen wordt weggeschoven zodat een ongedachte weg plotseling voor je openligt.

Op de achtste paasdag wordt in de kerk volgens oude liturgische traditie gelezen van Thomas, leerling van Jezus (*). Op de achtste dag is hij met de andere leerlingen bijeen, achter gesloten deuren. Er is een sfeer van vreesachtigheid en ongeloof. Bij Thomas zelf zit een deur dicht. Hij kan zich niet gewonnen geven aan de nieuwe mogelijkheid die zich via de woorden van anderen bij hem heeft gemeld. Hij durft aan ‘opstanding’ geen werkelijkheidswaarde toe te kennen. Hij wil kunnen zien en aanraken.

Het is in het evangelie de Opgestane zelf die door die geslotenheid heen breekt, die binnenkomt en ‘vrede’ zegt en Thomas uitnodigt vinger en hand te leggen op zijn wonden. Opstanding heeft met wonden te maken, met de wonden van Christus en onze wonden. De wonden horen erbij, ze worden niet weggepoetst, ze laten blijvende littekens achter. Maar in het evangelie is de gewonde geen slachtoffer meer, hij is opgestaan, het gewonde is getransformeerd, Christus-met-zijn-getekende-lijf heeft iets triomfantelijks.

Thomas wordt tenslotte uitgenodigd de beweging te maken van niet-kunnen-vertrouwen naar vertrouwen.


In de tijd van Bach wordt het leerproces van de Paastijd met behulp van een ander, ouder taalveld onder woorden gebracht. Een ons onbekende schrijver levert het tekstmateriaal voor de cantate voor deze zondag.

In de cantatetekst wordt twee keer een koraalcouplet geciteerd:

De eerste keer is het een couplet van een paaslied van Nikolaus Herman (1560); het wordt ingevoegd in de recitatieven van de alt (3 en 5). Triomfantelijk zingt het lied door schrik en onrust heen.

Op het eind van de cantate klinkt een strofe van een koraal van Jakob Ebert (1601)Het is een lied vol vertrouwen. Bach’s harmonisatie drukt verstilde vrede uit.


Maar verder is het in de cantate vechten geblazen!

‘Houdt in gedachtenis Jezus Christus die is opgestaan uit de dood’ (**), zo wordt ons in het openingskoor krachtig voorgehouden. ‘Halt in Gedächtnis’, houd in gedachtenis — een oproep om toch vooral vast te houden. Het ‘halt’ wordt telkens door een van de koorpartijen lang aangehouden, terwijl de andere stemmen het juist kort en krachtig zingen, zodat ‘halt’ de betekenis krijgt van ‘stop!’ Stop, want de opstanding wil bij je binnenkomen en zoekt zich een plek in je bestaan!

Let bij het woord ‘auferstanden’ op de stijgende beweging, de opklimmende coloratuur.

In de aria van de tenor (2) is er bij ‘erstanden’ (opgestaan) eveneens die stijgende beweging. De tenor zingt echter ook van schrik, van strijd en gevecht. Laat het heil dan toch verschijnen!

In het recitatief van de alt (3) komt Jezus op een wonderlijke manier ter sprake: als ‘gif’ en ‘pest’. Gif tegen de dood. Hij is de pest voor de hel. Maar waarom treft mij dan nog gevaar en schrik? Wel klinkt de lofzang, maar ik blijf onrustig.

De alt beëindigt haar recitatief met de dringende vraag of de Opgestane zelf de strijd met onze onzekerheid wil aangaan. Deze toewending naar Christus is al het begin van vertrouwen: het vertrouwen dat ik gehólpen wordt mij toe te vertrouwen.

Het is tenslotte de vrede van Christus die de heftige weerstand in en buiten ons doorbreekt:


Hevige strijd en diepe vrede worden door Bach overtuigend verklankt in het zesde deel van de cantate. Woeste ‘veldslagmuziek (…) inclusief opschietende vuurpijlen’ (Eduard van Hengel) worden afgewisseld door en tenslotte vermengd met de vrede waarmee Jezus zelf in het midden treedt. Jezus’ stem wordt, zoals gebruikelijk in de oude kerkelijke liturgie, gezongen door de bas. Tot vier keer toe zingt zich de vrede naar ons toe: ‘Friede sei mit euch!’ Vrede zij met jullie! En dat ‘jullie’ wordt lang aangehouden, zodat de vrede helemaal kan landen.

Geloof is geen prestatie — wisten zowel de schrijver als de componist van deze cantate. Triomfantelijk meldt zich de vrede aan onze dichte deur, zoekt zich zélf een weg naar binnen en nestelt zich in ons bange bestaan. Alleen zo, via buiten, gaan het binnen in ons open en wordt het vertrouwen gewekt. Stop! ‘Halt in Gedächtnis Jesum Christ’, cantate 67.


Henk Gols


*      Evangelie van Johannes 20:19-31

**    Citaat uit de brievenverzameling van het Nieuwe Testament, 2 Timotheüs 2:8