Website Henk Gols

Cantate 108 ‘Es ist euch gut, daß ich hingehe’

Petruskerk, 10 mei 2009

1. Aria (bas)

Es ist euch gut, dass ich hingehe; denn so ich nicht hingehe, kömmt der Tröster nicht zu euch. So ich aber gehe, will ich ihn zu euch senden.

2. Aria (tenor)

Mich kann kein Zweifel stören,
Auf dein Wort, Herr, zu hören.
ch glaube, gehst du fort,
So kann ich mich getrösten,
Dass ich zu den Erlösten
Komm an gewünschten Port.

3. Recitatief (tenor)

Dein Geist wird mich also regieren,
Dass ich auf rechter Bahne geh;
Durch deinen Hingang kommt er ja zu mir,
Ich frage sorgensvoll: Ach, ist er nicht schon hier?

4. Koor

Wenn aber jener, der Geist der Wahrheit, kommen wird, der wird euch in alle Wahrheit leiten.
Denn er wird nicht von ihm selber reden, sondern was er hören wird, das wird er reden;
und was zukünftig ist, wird er verkündigen.

5. Aria (alt)

Was mein Herz von dir begehrt,
Ach, das wird mir wohl gewährt.
Überschütte mich mit Segen,
Führe mich auf deinen Wegen,
Dass ich in der Ewigkeit
Schaue deine Herrlichkeit!

6. Slotkoraal

Dein Geist, den Gott vom Himmel gibt,
Der leitet alles, was ihn liebt,
Auf wohl gebähntem Wege.
Er setzt und richtet unsren Fuß,
Dass er nicht anders treten muss,
Als wo man findt den Segen.

Telkens voordat de cantate wordt uitgevoerd, geven we enige uitleg. Die bedoelt eraan bij te dragen dat we meer oor krijgen voor de hoogte en diepte, de gelaagdheid van muziek en tekst. Onverwoestbaar, ‘klassiek’, is zonder meer de muziek. Maar ook de teksten waarop de muziek gecomponeerd is, zijn veelal onverwoestbaar, klassiek.

Zo de teksten van deze cantate. Ze zijn het werk van de dichteres Christiane Mariane von Ziegler (overigens knipt Bach in haar tekst om muzikaal beter uit de voeten te kunnen). Het grootste gewicht in haar compositie evenwel hebben twee letterlijke citaten uit het evangelie van Johannes. Het eerste citaat klinkt in de openingsaria van de bas (1). Het tweede wordt gezongen door het koor (4). In beide citaten is de thematiek aan de orde van het weggaan en het komen. Thematiek van alle tijden. Weggaan, afscheid dus – en wat dan?

Weggaan en blijven behoren tot de thema’s in het werk van de hedendaagse dichter Rutger Kopland. ‘Weggaan kun je beschrijven als / een soort van blijven’, dicht hij. ‘Je blijft / iemand op wie wordt gewacht’ (in ‘Weggaan’, bundel Het orgeltje van yesterday, 1968).

Al vele jaren staat op een witte muur dichtbij het station van Brugge in grote letters neer gekalkt: ‘Als je weggaat — kom je dan weer terug? / Als ik terugkom — ben je er dan?’

Afscheid nemen is een beetje sterven, zeggen we.

Jij die vertrekt, kom je terug? Soms komt hij of zij niet meer terug. Nooit meer. En dan? Hoe kom je dan de leegte door die hij of zij die is weggegaan, achterlaat?


In de hoofdstukken uit het evangelie van Johannes die deze weken in de kerkelijke eredienst aan de orde zijn, is Jezus bezig afscheid te nemen. Tijdens een laatste maaltijd spreekt hij zijn leerlingen toe en zegt: ‘Het is goed voor jullie dat ik wegga.’ Want als hij weggaat, dan komt het. Het weggaan laat niet zomaar een leegte achter, maar creëert ruimte voor wat komt. Wat komt is subtiel als de adem. Geest, adem, wind — het is in het bijbelse vocabulaire een en hetzelfde. Het weggaan maakt ruimte voor wat aanwaait: woorden vol toekomst waaien aan. Degene die weggaat laat ons niet achter met louter herinneringen aan wat voorgoed verleden tijd is, maar opent een ruimte die spreekt van het toekomende. De leegte na het afscheid blijkt een ruimte waarin zich een begaanbare weg ontvouwt, de toekomst in. Een weg van troost en zegen.

In die trant is het te horen in de cantate van Bach voor deze zondag. Troostende muziek: het is goed, het weggaan is uiteindelijk goed.

In de twee eerste aria’s tekenen de solo-instrumenten — eerst de hobo d’amore, dan de viool — met wijd gespannen bogen grote ruimte af. Ruimte vol schoonheid en troost.

In de openingsaria (1) hoor je in die wijde ruimte de beweging van het gaan. In muziek en zang beweegt het naar voren, via notenreeksen die klimmen en dalen.

De aria van de tenor (2) is uitdrukking van het vertrouwen dat het weggaan betekent dat er nu iets te verwachten is: ‘ich glaube’ — klinkt het aanhoudend. Ik vertrouw dat ik mijn twijfel overwin en ‘komm an gewünschten Port’: dat ik aankom in de haven van mijn verlangen.

Het afscheid betekent niet dat ik nu blijf waar ik ben. Ik ga ook zelf. Ik durf de ruimte door, in het vertrouwen dat hij komt: de adem, de geest die mij doet leven. Toch besluit de tenor zijn recitatief (3) met de bezorgde vraag: is hij er al niet? ‘Ach, ist er nicht schon hier?’


En dan… gebeurt er iets bijzonders.

Na die bezorgde vraag volgt een evangeliecitaat, gezongen door heel het koor en door de instrumenten vol begeleid (4). Wat klinkt is geheel anders dan wat ervoor en erna aan troost tot uitdrukking wordt gebracht. Het lieflijke, het lyrische maakt plaats voor muziek die meer abstract is, compact en puntig. Drie strenge, snelle deeltjes fuga. Wat na het weggaan is te verwachten, is waarheid die overtuigt, geest die een en al woord is dat houtsnijdt en toekomst opent. Bach preludeert in zijn muziek op het Pinksterfeest, waarop heilige geest binnenwaait als een heftige windstoot en aan mensen een nieuwe taal ontlokt.

In deze tijd met zoveel nietszeggende woorden, zoveel lege amusements- en reclamewoorden, is het fascinerend te horen hoe de cantate tot een hoogtepunt komt, een sterk, hamerend hoogtepunt, als het over waarheid gaat en over taal die iets uithaalt.


In de begeleiding van de aria van de alt (5) gaat, behalve de voortgaande beweging die in heel de cantate hoorbaar is, ook iets als ademhaling heen en weer. Alsof de geest ademt in het verlangen dat de alt onder woorden brengt: een weg te mogen gaan van zegen.

De vraag om zegen komt terug in het slotkoor (6), een strofe uit het gezang ‘Gott Vater, sende deinen Geist, van de 17e eeuwse lutherse kerklieddichter Paul Gerhardt. In die ene strofe gaat het over de wegen die voor ons liggen en over onze voeten die nu de goede kant op moeten.

In deze cantate opnieuw diep menselijke en dus blijvend actuele thema’s: over leegte en ruimte, weggaan en komen. En als het komt, is het dan echt wat? Ja, zegt, hoopt, vertrouwt Bach — vooral in de koorfuga: het is echt wat, het is heftige werkelijkheid die zich aandient!


Henk Gols